60 jaar mijn vader, 50 jaar mijn hobby

Frans van de Moosdijk vertelt over zijn vader: de Kruidendokter

De afgelopen weken kon je in PC55 al lezen over de musical die in de maak is over zijn leven, een wandelroute over zijn avonturen, en het schrijversmuseum in Luyksgestel: de Kruidendokter. Vandaag lees je hier zijn gehele verhaal, vertelt door zijn zoon Frans van de Moosdijk.

WillemFrans

Vier persoonlijkheden

De Kruidendokter is Willem van de Moosdijk, uit Casteren, geboren op 19 februari 1926. Het is alweer 55 jaar geleden dat hij zag hoe zijn overbuurman kruiden mengde, en dat Willem dacht, “Wat jij kan, dat kan ik ook, maar dan beter”. Willem woonde toen met zijn gezin op de Zandstraat 4 in Casteren. Daar begon het dus allemaal.

“Mijn moeder zei altijd tegen mijn vader dat hij meerdere talenten had”, weet zoon Frans nog. “En dat was ook zo. Mijn vader was een man met vier persoonlijkheden in één lichaam: hij was lief, maar ook brutaal; hij was een zakenman, maar ook een gewone kerel. Hij was een man met uitstraling en charme, en een vlotte babbel waarmee hij iemand vlug van gedachten kon doen veranderen.” Ook was Willem eigenwijs, een creatieve man met de nodige fantasie en overtuigingskracht. Daarmee ging hij verder waar zijn overbuurman ophield, en begon hij zijn bedrijf: Kruidenhuis Holland.

Ook u kunt genezing vinden

Willem was een man met een goed voorkomen die in een mooi huis woonde met zijn gezin. Maar hij kwam uit een arme achtergrond. “Hij wilde graag laten zien dat hij ondanks die armoede iets kon bereiken”, weet Frans. “Als vroeger de ruitenwissers kapot waren, dan maakte hij twee washandjes vast op de pootjes van de wissers. Als hij geen geld had om te betalen, dat liet hij zijn schoenen achter en kwam hij terug om ze op te halen als hij kon betalen.”

Willem had ideeën voor Kruidenhuis Holland. Op markten praatten mensen vaak over ziektes en genezingen. Willem begon in het klein, maar had al snel grotere plannen. “Hij benaderde twee verpleegsters van de Salvadorkliniek in België, Willeke en Wiske”, gaat Frans verder. “‘Jullie kunnen het dubbele verdienen wat jullie nu verdienen als jullie patiënten voor mij benaderen’, beloofde hij ze.

Dat Willem een slimme zakenman was, bleek ook uit een ander distributie-medium: de frietzak. “Vroeger zat friet in kranten gewikkeld”, weet Frans nog. “Op een gegeven moment liet mijn vader die vervangen door folders van het Kruidenhuis. Er zaten orderbonnen bij, zodat mensen meteen konden bestellen. ‘Ook u kunt genezing vinden’, stond erop te lezen. ‘Ik hoefde geen reclame te maken, want de beste reclame was mond-tot-mond reclame’, zei hij wel eens.” Al snel had de Kruidendokter 80.000 patiënten.

Kruidenhuis Holland

Aan het kruis

Op het hoogtepunt reden er elke dag 40 Volkswagen-busjes van het Kruidenhuis rond, gekocht bij Adriaan van de Ven in Hapert. Maar in 1968 ging het toch mis. “Een oud-chauffeur was boos omdat hij zijn ontslag had gekregen”, blikt Frans terug op het keerpunt. “Ze verdiende 175 gulden per week, wat veel geld was. Maar toch wilde hij meer. Hij ging dat geld in Hilversum zoeken.” Willem Duys zou een uitzending gaan maken over Willem van de Moosdijk. “Hij belde mijn vader die middag op en zei dat hij hem aan het kruis ging nagelen”, aldus Frans.

“De uitzending was bedoeld om mijn vader kapot te maken”, gaat hij verder. “Er kwamen geen tevreden mensen aan het woord.” Professor van Os uit Groningen heeft de kruiden onderzocht. “Soepgroenten, werden ze genoemd”, zegt Frans. “Maar mijn vader had twee dingen voor hem pleiten: baadt het niet, dan schaadt het niet; en mijn vader heeft nooit gezegd dat de mensen moesten stoppen bij hun huisarts, maar gewoon doorgaan, en tegelijk zijn kruidenzakjes gebruiken.”

Na die uitzending van ‘Voor de vuist weg’ ging het snel bergafwaarts met Kruidenhuis Holland: het was in de tijd dat de TV nog maar twee kanalen had, en de helft van TV-kijkend Nederland had de uitzending gezien. En bovendien ging ‘de praat’ als een lopend vuurtje.

Goudkoorts

In 1972, in een wanhoopsdaad, overviel Willem samen met zijn broer een Belgische geldloper. Hij werd gevangen genomen. “Maar hij deed zich gek voor, zodat hij in een instelling werd geplaatst”, zegt Frans. “Zo kwam hij bij de Rijks-Psychiatrische Inrichting in Eindhoven te zitten, later De Grote Beek genoemd. Zo was hij dichter bij huis en konden we hem vaker zien.” Hij heeft vier jaar gevangen gezeten, waarvan twee jaar in de RPI. Veel van zijn belevenissen achter de tralies schreef hij op en gaf hij stiekem aan Frans, die naast het hek stond te wachten.

“Hij moest de meest verschrikkelijke dingen doen, zoals graven graven”, vertelt Frans over de verhalen van zijn vader. “De gevangenisbewaarder vroeg hem telkens waar het gestolen geld was, dan zou hij ervoor zorgen dat mijn vader binnen 15 minuten een vrij man was. Maar mijn vader zweeg. Als hij dat deed, mocht hij weer een nieuw graf graven.”

Van het geld dat Willem van de geldloper beroofd had was slechts een klein deel teruggevonden. De rest zou misschien verstopt liggen in de Vessemse bossen. Dat resulteerde in een ware goudkoorts in de Kempen, waar mensen uit de weide omtrek hun geluk kwamen zoeken.

WilemFrans2

Frans en Willem

“Al in 1960 ging ik voor de eerste keer met mijn vader mee naar België. In de auto, met een plastic stuurtje aan mijn kant op het dashboard geplakt”, denkt Frans terug. “Hij heeft altijd goed voor ons gezorgd. We kwamen niets te kort. Hij was eerst arm, toen schatrijk, en toen weer arm. Toen ik een jaar of 11 was hoorde ik voor de eerste keer onze namen op de TV. Dat heeft een traumatiserend effect op ons gehad.”

Willem was een creatieve zakenman die grenzen overschreed om het mensen naar de zin te maken. Zichzelf, zijn gezin, maar ook zijn klanten en andere mensen om hem heen. “Hij was een soort Robin Hood”, zegt Frans. “Een echte ‘pater familias’. Hij bracht boodschappen rond voor oudere mensen, omdat hij wist hoe het was om arm t zijn. Hij heeft 5000 gulden gestort voor het jeugdhuis van Casteren, wat nu D’n Aord heet. Ook was hij een gelovig man; tijdens de collecte in de kerk was het niet ondenkbaar dat hij een meier in de schaal legde. En als je als winkelier mijn vader hielp, dan wist je dat je een goed fooi zou ontvangen.”

“Hij zei altijd dat de TV hem kapotgemaakt had”, hervat Frans zijn verhaal. “‘Ik heb geen hekel aan mensen’, zei hij. ‘Mensen zijn mussen. Ik ben een gekleurde vogel, en die willen ze vangen. Als ze mij met rust hadden gelaten had ik nu voor 1000 man werk gehad.’ Je doet het niet gauw goed als je met je kop boven het maaiveld uit komt.” Frans heeft altijd in zijn vader geloofd; dat zou hij nooit gedaan hebben als de kruiden drugs waren, of een placebo.

“Toen ik vijf jaar oud was wilde ik een handtekening van een beroemdheid hebben”, vertelt Frans. “Die heb ik nu wel eentje. Van mijn vader. Ik verzamel alles wat er over hem geschreven wordt. Het eerste artikel dat ik heb, dateert van 1964. Nu heb ik 700 krantenknipsels en 500 foto’s. Hij is al 60 jaar mijn vader, 50 jaar mijn hobby.”

Bookmark the permalink.